Wat is dat eigenlijk, een gewoon leven? In de definitie van Stichting Gewoon Leven is dat een leven waarin keuzes worden gemaakt op basis van persoonlijke interesses en doelen van degene die zorg nodig heeft, gesteund en gefaciliteerd door een netwerk (de steunkring). Tot nu toe ligt de focus van de deelnemende gezinnen op een leven buiten een zorginstelling. Een steunkring is een groep mensen die echt geeft om de persoon om wie de zorg begonnen is. Dat is het uitgangspunt. Zo’n netwerk komt niet een-twee-drie tot stand. Daarom is er vanuit Gewoon Leven een steunkringsupporter betrokken bij een gezin, om hen te helpen om hun eigen steunkring te bouwen.
Veel mensen met een verstandelijke of meervoudige beperking wonen bij een zorginstelling. Dat is vaak een goede oplossing, maar dat geldt niet voor iedereen. Er zijn ook mensen voor wie het veel fijner is om in een kleinschalige woongroep te leven: een wooninitiatief, vaak in een gewone woonwijk. Ouders nemen dan het initiatief om voor hun kinderen een goede woonplek met begeleiding te creëren. De zorg wordt meestal gezamenlijk ingekocht op basis van PGB’s (persoonsgebonden budget). Dat gaat op een heleboel punten heel goed, maar het vraagt wel veel van de ouders of andere verwanten qua coördinatie van de zorg en ondersteuning – en mede daardoor blijven de vaak al structureel overvraagde ouders de spil. Wanneer deze ouders geen ‘opvolgers’ hebben en de zorg en organisatie daarvan minder kunnen dragen, verdwijnt een gewoon leven voor de betrokkenen soms weer volledig uit zicht. Met een steunkring kun je dit probleem ondervangen. Corine Boer legt uit hoe en waarom dit concept zo goed werkt.
Corine Boer werkte in 1987 als begeleider in een gezinsvervangend tehuis voor kinderen. Zij vertelt daarover op de website van Stichting Gewoon Leven: “Op een dag staat er een moeder met een jongetje van drie jaar voor de deur. Zijn twee oudere broertjes zijn er ook bij. De jongens huilen en moeder houdt het maar net droog. Ze komt hem brengen bij onze instelling. Dat was het advies van de psycholoog. Het kleine mannetje zou alleen maar meer zorg van haar gaan vragen en de twee andere jongens en zijzelf zouden daar onder gaan lijden.
We rukten dit gezin uit elkaar. Hier kwam voor mij de omslag. Zorg en ondersteuning zijn soms noodzakelijk omdat sommige situaties om kennis vragen, die ouders gewoonlijk niet hebben. Maar niets kan een gezin vervangen. Niets kan familie of vrienden vervangen. Zorg moet aanvullend zijn op wat zij te bieden hebben”
